Portret

Het beste van Adèle

Theatershow met muzikale hoogtepunten
Premiere :  14 februari 2000 Schouwburg Amstelveen

Inhoud :

– Als ik een man zie
(H. Dorrestijn)

– Goeie ouwe tijd
(J.Boerstoel / M. van Dijk)

– Ik kan dansen
(H. Dorrestijn)

– Lelijkheid
(H. Dorrestijn / M. van Dijk)

– Rellen
(F. Mulder / A. Bloemendaal)

– Jaren 60
(J. Boerstoel / M. van Dijk)

– Bokken en Schapen
(J. Boerstoel / F. Ehlhart

– Laatbloeier
(H. Dorrestijn)

– Troika
(Drs. P.)

– Vader
(A. Bloemendaal)

– Goeie ouwe geur
(W. Wilmink / M. van Dijk)

– Geboorte
(A. Bloemendaal)

– Mijn Zoon
(B. Brecht / J. van de Merwe / H. Eisler)

– De bakker
(L. Weemoedt)

– Kerkhofganger
(H. Dorrestijn / F. Ehlhart)

– De blijde tijding
(G. Reve)

– Vingerlied
(F. Broekman / M. van Dijk)

– Vijf voor twaalf
(Y. van’t Hek / M. van Dijk)

– Pikketannussie
(H. de Groot)

– Nou tabee dan
(L. Davids / M. Morris)

– Omdat ik zoveel van je hou
(Rido / J. Brookhouse)

– Bijlmermeer
(E. Asser / H. Bannink)

– Vleselijke woning
(H. Dorrestijn / N. Reynders)

– Heel raar
(P. Bouwman)

– Lelijkheid
(H. Dorrestijn)

– Jaloezie
(F. Mulder / F. Ehlhart)

– 11 Steden
(W. Wilmink / W. Ennes)

– Verliefde paartjes
(L. Weemoedt)

– Oh, mijn lichaam
(F. Mulder / M. van Dijk)

– Het is wat
(J. van Merwijk / W. Ennes)

– Millennium
(P. Bouwman)

– Grijze Panters
(J. Boerstoel / W. Ennes)

– Adieu Vaarwel
(H. Dorrestijn / F. Ehlhart)

Credits :

Willem Ennnes : piano, keyboards
Peter Heijnen : gitaar, basgitaar, mandoline, contrabas
Andrè Hoekstra : drums, percussie, keyboard, accordeon, vibrafoon

Muzikale Leiding : Willem Ennes

Recensie “Portret”

Parool 15-02-2000

Door Petra Possel

Mocht u ooit even met de gedachte spelen dat Adèle Bloemendaal inmiddels toch wel een keurige mevrouw-op-leeftijd moet zijn, zet dat dan maar meteen weer uit uw hoofd. Toegegeven ze spreekt het woordt ‘neuken’ deftiger uit dan Joop van Tijn het ooit had kunnen doen, maar d dat is slechts die welbekende dunne laag vernis. Daaronder is vooral het wilde wijf dat ze altijd wilde zijn, die lellebel met het hart op de tong. De vrouw die in het magische jaar 1968 weliswaar achter de kinderwagen liep, maar daarna de schade ruimschoots inhaalde. De vrouw die de loftrompet op masturbatie steekt, grapt en grolt over necrofilie en schaamteloos een carnavalskraker inzet. Een paar liedjes luisteren en je weet het weer.

In Portret haalt Adèle Bloemendaal simpelweg haar gouwe ouwe van stal. Uit haar repertoirekeuze blijkt vooral met welke goede tekstschrijvers – Hans Dorrestijn en Jan Boerstoel voorop – ze zich omringt. Voor de pauze is de stemming nog behoorlijk serieus : melancholie en realiteitswaanzin houden elkaar in evenwicht.

In Goeie Ouwe Tijd (Boerstoel) trekt ze van leer tegen het idee dat vroeger alles beter was, maar even later zingt Bloemendaal in Goeiwe ouwe geur (Wilmink) ook : “Waar is die geur van weleer. Je ziet nog wel mensen, maar je ruikt ze niet meer” Voor de broodnodige ontregeling gooit ze er de dr Drs. P. hit Dodenrit (Troika hier, troika daar) tegenaan.

Na de pauze zet ze in met een medley van lekkere vette Amsterdam-liederen als Pikketannissie, Omdat ik zoveel van je hou en het juist nu weer geestige loflied op de Bijlmermeer. Maar ook het ontroerende Jaloezie (F. Mulder) krijgt een prachtige vertolking. Haar toegift is tegelijk lijflied : ze bezingt hoe ze juist als het goed gaat de kont tegen de krib gooit en op de vlucht slaat.

Behalve goede tekstschrijvers heeft ze ook goede musici om zich heen verzameld. Het orkest is weliswaar klein, slechts drie mannen, maar klinkt groot. De arrangementen zijn verre van kinderachtig, eerder uitdagend en wild. Dat past goed bij het karakter van de leading lady, alhoewel ze door haar beperkte stembereik, zelf soms amper te horen is. Daar komt nog bij dat ze af en toe doodleuk verkeerd inzet of de hoge noten niet haalt. Sommige liedjes gaan dan ook roemloos ten onder, terwijl eigenlijk alle liedjes in Portret de eregalerij verdienen.

 

Recensie Volkskrant 17-2-2000 door Alexander Nijeboer