Jacques Klöters

Jacques Klöters is schrijver, publicist,  radiomaker, cabaretier, neerlandicus en groot Adèle kenner.
Als schrijver en adviseur was hij betrokken bij veel programma’s van Adèle.
Op zijn facebook pagina verschijnen regelmatig prachtige verhalen over zijn herinneringen
aan de samenwerking met Adèle. Met zijn vriendelijke toestemming mag ik die
 verhalen plaatsen op deze website!

© Nancy Solleveld

Herinneringen van Jacques Klöters aan Adèle Bloemendaal

© Jacques Klöters 2019

08-03-2019

Ik moest vanmorgen denken aan een gesprek dat Adele Bloemendaal en ik eens hadden met Flip Broekman die ook teksten voor haar schreef. We zaten aan de ronde tafel in haar keuken en bereidden een nieuwe show voor. Flip liet haar zijn “Vingerlied” lezen.

Stel dat je koningin bent
En je man is weer op reis
Wie helpt je dan
Wanneer de grote eenzaamheid verrijst

Dat is je vinger
Je eigen vinger
Die heeft tenminste geen maitresse
In Parijs

Bij deze regels barstte ze uit in haar beroemde schallende lach. Geweldig Flip, die ga ik doen. Heerlijk! En daarna is het dan tijd in de show voor een levensbeschouwelijk moment. Ze keek ons schalks aan en begon een monoloog die we vlijtig notuleerden.

Godskristus! Vroeger sprak je in cafes over Jean Paul Sartre of over de theorie van de repressieve tolerantie. Van die gezellige onderwerpen zeg maar. Tegenwoordig praat je alleen nog maar over ontslakken, fitness en psycho-therapie. O ja en reïncarnatie.
Ach weet je jongens, de mens is zo’n uniek wezen dat we wel tientallen keren terug mogen komen. Geloof ik.
“Zeg Sylvia wat denk jij eigenlijk dat je in een volgend leven wordt? Heb je genoeg karma opgebouwd om in de betere kringen terug te komen of wordt het toch ammoniakflessen vullen bij Ketjen?”

Zeg Adele zei ik, jij bent nooit in terapie geweest hè?
“Neen, ik ben er altijd op tegen geweest om in terapie te gaan. Kijk dat ik gek ben, dat weet ik ook wel. Daar verdien ik m’n brood mee. Maar ik heb nooit willen weten waar die gekte vandaan komt. Stel je voor dat ik het weet. Dan ben ik het kwijt en dan heb ik geen boterham meer. Dacht ik.”

Onzin, zei ik. Ik ben in 1994 in regressie-therapie gegaan en heb veel vorige levens bezocht. Heel interessant. Veel leuker dan een videootje huren. Je zit er echt midden in.

Adele raakte geïnspireerd door de gedachte aan vorige levens. Ik ben een holbewoonster geweest, zei ze, aan het einde van de tweede ijstijd.
Vandaar dat ik nog altijd zonder jas loop op straat. Ik herinnerde me plotseling dat ik met een holenbeer gevochten heb. Toen ik met hem klaar was, was het beest meer dood dan levend. Ik kwam hem laatst tegen in dit leven. We wisten allebei weer wat er gebeurd was.
Het is m’n belastinginspecteur.

Ik kom sowieso veel mensen tegen uit vorige levens. Viola Holt ken ik nog van toen we pluimvee waren. Kippen.
Zij was een Barnevelder. prachtige krop.
We zaten samen in een hok
Met een heerlijke haan
Als ik aan hem denk…
En zij maar voordringen Viola
tok tok
Ik heb haar kop kaal gepikt
Ja die groet me nu niet meer

Het is niet allemaal even fraai geweest hoor wat ik gedaan heb in m’n levens.
Ben nog slavenhandelaar geweest.
Heb ik schuldgevoelens over gehad tot ik me realiseerde dat ik het halve Nederlandse voetbalelftal uit Afrika naar hier heb gebracht.

Flip Broekman is niet een man die hard lacht, maar hij stelt bedachtzaam en licht stotterend een vraag. Zeg Adele, als wat zou je willen terugkomen?
“Nou, ik wil het wel eens een keertje proberen als giraf”
Waarom als giraf?
“Ik weet het niet.
Ik hou van huizen met hoge kamers. En het is toch ook een dier met allure.
‘t Is misschien gek dat ik het zeg, maar voor mij heeft een giraf iets literairs.
Als hij kon lezen zou hij lezen.
Misschien zijn dat op z’n hoofd wel talenknobbels.
Een nek als een boekenlegger
mooie tekening
bedaarde trek
slaat beschaafd de blaadjes om
die aan de bomen hangen

En natuurlijk een krachtig voortplantingsorgaan
ik houd daar van”

23-01-2019

Ik moest vanmorgen denken aan het lied Casablanca dat ik voor Adele moest schrijven. Het was een zware bevalling. Jij gaat bij Wilmink langs, had ze gezegd, en bespreekt het idee van de Stille Omgang. Daar maakt hij vast iets moois van. En laat hem er vooral inzetten dat die nachtelijke stoet in Amsterdam er voor zorgt dat ik ‘s avonds mijn huis niet meer kan bereiken met mijn koffers en tassen. De hypocriete gluipers! Het is dan altijd topbusiness voor de hoeren. Jij schrijft die conference over Aids en het openingslied Casablanca. De jazzclub moet erin met Kid Dynamite en de andere jazzjongens en natuurlijk ook de stad Casablanca waar je je kon laten ombouwen als je van geslacht wilde veranderen. Volgende week klaar!

Die conference is er nooit gekomen maar dat lied wel. Ik heb me zelf nooit als een geroutineerde liedjesschrijver gezien, het was vaak passen en meten, puzzelen, timmeren en schaven. Casablanca ook. Ik dacht aan wat Annie Schmidt me vertelde toen ik het erover had. In een openingslied moet de muziek het belangrijkste zijn, de mensen zijn net binnen, moeten in een sfeer gebracht worden, luisteren toch nog niet naar de tekst en als je pech hebt wordt die tekst onverstaanbaar gemaakt door het getrappel van de danseressen. Trefwoorden gebruiken! riep Annie, gelul met trefwoorden en veel herhaling. Annie had veel ervaring dus ik volgde haar advies.

Ik moest een muzikaal uitgangspunt nemen. Ik dacht aan het lied Youkali van Kurt Weill met zijn tango-achtige structuur, korte direct rijmende zinnen . C’est presque au bout du monde /Ma barque vagabonde /Errante au gré de l’onde /M’y conduisit un jour. Youkali, het gedroomde land aan het einde van de wereld en Casablanca was voor Adele ook iets waar ze naar terugverlangde. Ik besloot mee te liften op het lied, op het ritme op de sfeer, ik draaide het tijdens het schrijven en probeerde mijn eigen tekst erop mee te zingen. Ik wist dat ik onze componist Martin van Dijk natuurlijk niet zou vertellen van Youkali, hij moest zelf nieuwe muziek halen uit mijn tekst.

Waar vind je hier op aarde / een haast net zo vermaarde / een ongeëvenaarde plek als het paradijs/ Mij trekt het want daarginder/ heerst warmte/ ik hervind er/ m’n liefde in de winter/ daar smelt het hardste ijs.
Die regels, daar was ik niet ontevreden over, breed ingezet, vol hunkering. Maar hoe krijg ik nou die jazzclub erin waar Adele zo graag kwam?
Er klinkt altijd muziek en / tot het ochtendkrieken – nee dat is niks. En zo was ik aan het peuteren regeltje voor regeltje. Het belangrijkste instrument van de schrijver had Wilmink me geleerd is de prullenbak. Als je niet weet wat je weg moet gooien, wordt het nooit wat. Dit werd geen lied dat ik in een ochtendje op papier gooide. Dit was een taaie klus waar ik dagen mee bezig zou zijn. Ik kon geen regel schrijven zonder in Jaap Bakkers rijmwoordenboek te kijken. Eigenlijk schrijft hij het lied bedacht ik, maar nee hij gaf mogelijkheden maar ik maakte de keuzes.

Adele belt op. Zeg cabaretpooier, is dat Casablancalied nu eens voltooid? Martin staat hier al voor mijn woning te hoefschrapen en wil beginnen met componeren, heb je al wat? Ik beloofde dat als ik een couplet en refrein af had, dat rechtstreeks naar hem toe zou gaan, dan kon hij ook beginnen. Terug naar Casablanca: Je adem wordt volkomen / door rokers weggenomen / hier spelen al m’n dromen/ me ‘s avonds van de wijs

Wat een puzzel was het, ik had tenslotte tientallen zinnetjes in die merkwaardige cadans en ik ging er mee schuiven, dat daar, dit eerst. Nu het refrein.
In Casablanca / Jazz, rook, negerzang/ Casablanca, mijn nachtelijke nooduitgang / Casablanca wat heeft de tijd toch bij je aangericht? / wie doofde je licht / wie schond je gezicht? Casablanca
Ja, het eerste refrein lukte goed, ik kreeg haast, wilde het couplet en refrein voor vier uur aan Martin geven dan kon hij ophouden met hoefschrapen.
Het tweede couplet zou moeten slaan op die seksoperaties in Casablanca, het werd iets minder mooi maar ook niet slecht, nog een refrein, daar kon ik wat eerdere zinnetjes in gebruiken en wat ongebruikte motieven,
In Casablanca daar wil ik dansen wang aan wang /Casablanca verhit door jazz en negerzang /Casablanca, daar heeft de tijd bij mij niets aangericht /Een jeugdig gezicht,/ een vederlicht /lichaamsgewicht /Casablanca
nou en toen nog een derde refrein en een sliert riedels erachteraan. Een beetje zoals Drs.P gedaan had in in zijn Dodenrit en in zijn veerpont.
Casablanca / Kid Dynamites muziekpaleis /Casablanca, mijn geluksorgie /geen nostalgie /geen fantasie /geen utopie /mijn reunie.

Ik had er een week aan gewerkt en het was klaar. Tot mijn verbazing las ik dat wat ik bij elkaar geknutseld had, veel met Adele te maken had, dat ze er helemaal inzat. Ze herkende het meteen en was er zielsgelukkig mee.
Martin maakte er totaal iets anders van dan ik in mijn hoofd had gehad. Hij liet zich inspireren door filmmuziek uit de jaren dertig en veertig met ijl zingende vrouwenstemmen. Tegen de kitsch aan, een magistraal begin van een cabaretprogramma dat in opdracht van Carré geschreven was voor haar.

16-01-2019

Ik moest vanmorgen denken aan Adele Bloemendaal die me eens vertelde dat ze het merkwaardig vond dat ze geen jongere minnaar kon vinden. Zeg me Jacques, ik ben toch niet helemaal afzichtelijk? Die avond schreef ik het volgende tekstje voor haar:

Wat ik in mijn leven over heb gehad voor het mannelijk geslacht! Mon dieu! Ik nam 3 wortels per dag tot mij, ontslakte me met eng bronwater en smerig smakende siropen die aan bomen in Canada waren onttrokken Ik heb in sportscholen dagelijks aan apparaten gehangen die in de kelders van slot Loevestijn geexposeerd hadden moeten worden
Wij vrouwen betalen een hoge prijs om onze jeugd te behouden Je strompelt kreupel een sportschool uit Wie zit daar geparkeerd in zijn vuurrode Ferrari Testa Rossa te wachten? Een leeftijdsgenootje. Een 57-jarige man. En waar gaat hij zo dadelijk zijn verdorven lust op botvieren? Niet op mij, maar op een blond dingetje van 24
Wat heeft die 57-jarige man dat hem zo aantrekkelijk maakt Springt hij zich net als wij 6 uur per dag de koelere in de aerobic-les? Zo te zien niet (met een hoog stemmetje:) “Het zit hem niet in het uiterlijk, Jan-Jaap heeft andere kwaliteiten” Creditcards!! en haar ! Ze hebben overal haar. Behalve waar het moet zitten. Borsthaar, okselhaar, wenkbrauwhaar, oorhaar en neushaar Het groeit en bloeit als brandnetels in een natte zomer. Hij heeft ook zo’n eng plukje haar onder aan z’n rug, vlak boven de bilnaad. U weet wel die bilnaad die zo appetijtelijk uit zijn broek te voorschijn komt als hij zich voorover buigt in zijn bermudashort om een creditkaart op te rapen. Overal haar. Behalve op zijn hoofd.

Zijn er dan geen smakelijke mannen van 57? Jawel Donald Jones. Dus het kan wel. Maar die heeft weer niet zo veel creditcards.
Het is veel minder gebruikelijk dat vrouwen van 57 een lekker joch uit laten dan omgekeerd. Dat komt omdat wij vrouwen daarin altijd te passief geweest zijn. We moeten meer geweld gebruiken. Niks thuis zitten dreinen omdat de wandelende creditkaart er vandoor is met zo’n beugelbekkie bouwjaar 1969 Heb ik nooit gedaan. Erop af! Aktie!
Nachten heb ik rond gehangen bij discotheken. Met Sylvia de Leur. Is net zo fanatiek als ik. Ze heeft laatst in het Vliegenbos nog een parkwachter seksueel gemolesteerd Als wij samen op het “slechte pad” zijn! Laatst nog in de P.C.Hooftstraat. Herenmodezaak daar stond me toch een heerlijkheid! Lekkere hoge kont, beetje brede schouders, geen greintje vet op de buik, alleen behaard waar het moet, een lekkere sloddervos,Mmwhaaaa! we zijn de zaak binnen gegaan Syl en ik we hebben de knul aan de gordijnrails gebonden van het kleedhokje en veelvuldig misbruikt. Syl zegt altijd: een echte volwassen relatie is het nog niet maar het beginnetje is er.
Voor mij hoeft het niet, een vaste relatie Syl is ook gelijk zo van kadootjes. Ze heeft laatst nog een knul voor zijn verjaardag een tatoeage gegeven. Ik niet. Van mij krijgen ze niks. Geen oorbellen, geen sexondergoed.
Nou ja één keer, die vier koreaanse acrobaatjes ik had ze alle hoeken van hun kleedkamer laten zien en toen heb ik ze alle vier een kadootje gegeven …een maliën-slipje helemaal gemaakt van chromen ringetjes. Maar normaal gesproken krijgen m’n veroveringen niks van mij.Ja de zak.
Nee, ik hoef niets vasts. En zeker niet iets rijps Het enige wat het leven op deze leeftijd nog de moeite waard maakt is ontucht!
Ik heb laatst een glazenwasser dwars door de ramen bij me naar binnen getrokken. Voor ie wist wat er gebeurde lag ie op bed, z’n spons nog in z’n hand
“Ja maar heb je dan niet eerst behoefte aan een leuk gespreken zo? Dinner by candlelight?”
Bullshit! Rasch ins Bett! De daad bedrijven en afnokken maar weer
Ik heb laatst nog een leuke jonge koerier van zijn bromfiets getrokken. Hij mocht zijn helm erbij ophouden.
Ik kan het iedereen aanbevelen. Niet afwachten vrouwen. Aanvallen! Grijp die 24 jarige magazijnbediende met die opengeknipte spijkerbroek waar je nog net een klein stukje bil bij ziet! Anders doet Sylvia de Leur het!
Laten we met z’n allen op zaterdagavond amok gaan maken! rampokkend en verkrachtend door de stad trekken. Wij sexhooligans! Wij grannies from Hell!
Pak de verkering van je dochter voordat z’n vader jouw dochter pakt
Kijk je wordt natuurlijk ouder, maar als je in gedachten gewoon achtien blijft dan slaap je net als ik nog wel eens een nachtje met een jonge politieagent op het bureau.

14-01-2019
Landschap van mijn leven: De Gravenstraat. Die loopt dood op de Nieuwendijk bij de Zoutsteeg op de schoenenwinkel waarboven Adele Bloemendaal woonde. Ze keek – als ik had afgesproken – altijd door haar keukenraam of ik er al aankwam.

10-01-2019

Ik moest vanmorgen denken aan Adele Bloemendaal die morgen 86 zou zijn geworden als ze niet twee jaar terug overleden was. Ze verscheen een keer onverwacht aan mijn bureau op het Theater Instituut. Al van verre kon ik de meeste bezoekers puffend de 50 treden horen bestijgen. Adele niet,die stond fris uit de verpakking voor me.
Op de afdeling Kleinkunst van het Theater Instituut waren natuurlijk overal kasten met boeken en muziek. In het midden lange tafels waaraan mijn klanten zaten te lezen, te neuriën of te roddelen. Het kon er buitengewoon gezellig zijn. Mijn leerlingen van de kleinkunstakademie zochten er repertoire, journalisten gegevens voor stukjes, schrijvers inspiratie. En oud artiesten zochten er gehoor voor hun verhalen.

Adele zei: ik wil iets goeds gaan doen. Ik heb me twee seizoenen door het land laten sleuren en me de koelere gewerkt met een komedie Sam Sam genaamd. Ik ben een braaf meisje en heb geen avond verstek laten gaan – mijn zoon moest eten – maar nu wil ik iets goeds gaan doen, iets van mezelf en jij gaat me daarbij helpen. Ze keek me aan of ik iets geheims van haar mocht aanraken.

Ik kende haar van hallo zeggen. Ze liep tegen de vijftig, zag er als ze dat wilde enorm gevaarlijk uit, had grote bekendheid van de tv waar ze in populaire series maar ook in literaire programma’s te zien was geweest, maar iets van zichzelf had ze sinds lang niet meer gebracht. Een theater debacle met Leen Jongewaard had dat enige tijd minder wenselijk gemaakt.

Er is in het verleden toch prachtig repertoire geschreven dat de jongelui van nu nodig moeten leren kennen, zei ze. Bertolt Brecht, Prévert, Jacques Brel, Tom Lehrer, Noel Coward! Niet de minsten toch? De boeken in mijn kasten veerden op van blijdschap. Dat was een klant naar hun hart.
Dat repertoire zou ze toch goed kunnen zingen op schoolvoorstellingen? Dan reis ik naar die scholen of naar een plaatselijk zaaltje, doe een tour de chant voor die kinderen, “Adèles keus” en daarna gaat moeder weer derwaarts! Of is het herwaarts? Weet jij dat soort dingen? Ik heb slechts weinig school gehad.

Ik trok allerlei boeken uit de kast, schoof laatjes open met bladmuziek, wees haar op nog allerlei andere namen die ook beslist op haar programma moesten en adviseerde haar te lezen, te kiezen en te fotokopiëren.
Nooit had ik een klant gehad die zo snel door het repertoire heen spoedde als zij. Ze wist na twee regels tekst of het iets voor haar was. Maar toch zei ze na een uurtje dat ze genoeg had. Ik ga hier niet mee door zei ze. Kun jij dat niet voor me doen? Kun jij niet het repertoire van die voorstelling bijeen garen? Ik heb Frans Ehlhart die alles spelen kan en Frans Mulder kan voor me vertalen als het nodig is. Maar ik heb iemand nodig om me het repertoire aan te reiken. Dat deed Rob Touber altijd voor me, maar die is dood. Godverdommen wat mis ik die man!
Ja dat wil ik wel, maar dat kan natuurlijk nooit in de baas zijn tijd, zei ik.
Dat hoeft ook niet, dat gaat in je eigen tijd, werk voor mij en ik zal je rijkelijk belonen. Ik zie je maandagochtend om 9 uur te mijnent in de Zoutsteeg met karrevrachten repertoire! Ajus en weg was ze weer. Het was het begin van een lange liefdesgeschiedenis.

“Adèles keus” was zo’n succes dat het nog tijdens het seizoen uit de kleine zalen verdween en in grote schouwburgzalen terecht kwam. Ze had wat columns van Woody Allen geplunderd en bracht ze als absurde conferences. Er was een verhaal met een eland herinner ik me, het sloeg nergens op maar ze kwam er goed mee weg. Gek wijf dachten de mensen. Jammer genoeg kwam de voorstellingsreeks tot een voortijdig einde omdat Adèle het niet meer volhield en daarna bleef het een aantal jaren stil tussen ons.

26-09-018

Ik moest vanmorgen denken aan Adele Bloemendaal. Ik was een van haar schrijvers en hunkerde naar een vriendschappelijker contact met haar maar daar had ze me niet voor. Maar nu zaten we in de auto terug van een zakelijke bespreking en werd het gesprek wat persoonlijker. De producent Belbo had interesse getoond in de show die we aan het voorbereiden waren.
‘Dat ze er ook een tv-ding aan vast willen koppelen, vind ik wel geilmansdorp’ zei Adele die in het gesprek op het kantoor nogal chaotisch was overgekomen en te lang over onbelangrijke details had doorgepraat.
– Hoe deed ik het?
– Je deed het fantastisch Adele, ze waren als was in je handen.
Dan zetten we door met Belbo. Koste wat kost! Al zal ik met een geit of een oude herdershond moeten neuken!
(Adele sprak het woord neuken uit alsof ze het net bij Maison de Bonneterie gekocht had)
Nou, ik denk niet dat dat noodzakelijk is, een helder contract lijkt me waarschijnlijker, zei ik.
Zeg Jacques, wil jij zelf met Belbo praten of regelen wij tweeën jouw financiën? Ik heb met een zakenkundige kennis gesproken en nu hebben we een geweldige constructie voor je bedacht. Ik heb een appartement in Bonaire en als beloning voor je werk, mag je daar een maand in vertoeven!
Ik praat wel met Belbo over mijn honorarium, zei ik.
Adele deed me wel vaker rare zakelijke voorstellen maar daar ging ik nooit op in. Haar adviseurs waren niet zelden penosefiguren. Waar ze die vandaan had? Uit het luxe bordeel Yab Yum bijvoorbeeld.
– Neen ik ga daar niet heen voor de seks, moeder is eerder een oplichtster dan een hoer. Daar moet je niet van schrikken Jacques, ik heb nu eenmaal misdadige trekjes en daar is Yab Yum een heel aangename omgeving voor.
Ik was er eens met Rijk de Gooijer en Tonio Hildebrand en toen had ik Gerard Cox meegenomen. HaHi! Nou Gerard was verbijsterd. Een balletje gehakt wil er wel in bij hem, maar een lijntje coke… HIj raakte helemaal in paniek.
Momenteel heb ik een beetje kwestie met Yab Yum sinds ik op een nogal slordige nacht een Japanse klant van ze
wilde versieren. Fout natuurlijk. Ik geef het toe. Ik zei tegen Theo de directeur: Theo…amende honorable!…maar ja weet zo’n pooier veel?
Adele was op financieel gebied warrig en paniekerig en ook tùk op geld. – Wat schuift het? – Ze moest wel, ze deed het werk niet voor haar plezier, ze was een vrouw alleen die een kind te onderhouden had.
Ik word gek van ellende als ik geen zicht op werk heb, zei ze. Het komt door mijn keuze om zonder man door het leven te gaan. Die mannen konden niet leven in mijn schaduw. Ja sorry, maar ik ben nu eenmaal geen vlek. Als ik zonder werk zit dan denk ik: waarom heb ik geen man? En als ik werk of werk in het vooruitzicht heb, dan heb ik daar geen last van.
Ik heb nu al zin in Belbo. Wat vind jij Jacques, zal ik me nog een keertje laten liften voor de show of is een onderkincorrectie goed genoeg?

06-06-2018

Ik moest vanmorgen denken aan Adele Bloemendaal die me gebeld had met: Zeg cabaretpooier van me, kom eens langs of ben je niet meer in me geïnteresseerd? – Dat was ik zeer zeker. – Moesten we niet weer eens een programma in elkaar draaien van grote culturele betekenis gepaard aan een prettige inkomensstroom? Kom eens langs in moeders keukentje dan doe ik je een lucratief voorstel. Ik heb gesproken met een geldveilig persoon die me een interessante constructie voorlegde. Als jij nou werkt voor mijn project dan verwerf je een recht op een verblijf in mijn appartement op Bonaire, dan hoef je ook geen belasting te betalen…
Zeg Adèl…ja schat…doe je dat met je werkster en je kapper ook zo? – Nee natuurlijk niet. – Nou beschouw mij dan als de werkster. Ik reken gewoon uren als we aan een nieuwe show werken, ik stuur een declaratie elke maand en betaal gewoon net als iedereen belasting.
Die middag al zat ik aan de keukentafel te brainstormen. Adele was in trainingspak en zag er nog zeer knapperig uit op haar 55ste. Krijg je nog voldoende aandacht van de mannen? – Van de week nog zei ze. Ik kwam de straat in, een uur of twee ‘s nachts, had gewerkt, liep met een kostuum over de arm, een boeket bloemen en een tas, komen er drie gastjes op me af en die beginnen van neuken neuken tegen me. Ik sta stil. Ik zeg: Neuken? Broek uit en laten zien! Nu! Ze wisten niet hoe hard ze weg moesten lopen. Overigens Jacques: Urineer jij wel eens? Ik keek haar verbluft aan. – Nee ik heb je hier namelijk nog nooit naar het toilet zien gaan en ik vroeg me plotseling af of je wel eens urineerde.
We bespraken de boeken die we de laatste tijd gelezen hadden, Adele las vooral Amerikaanse romans. Ze vroeg altijd naar jonge toneelregisseurs waar ik nog nooit van gehoord had, wist namen van jonge zingende breakdancers, moeder was helemaal op de hoogte van wat hip en cool was.
Ik hoor die dingen van de vriendjes van mijn zoon, zei ze. Die zitten dan hier aan tafel een beetje te blowen, mooie jonge knullen, gek van geiligheid word ik daar soms van, maar ja daar kun je je moeilijk op storten.
– Nou op dat thema is een heel pornogenre gebaseerd, zei ik. Maar doe je het nog wel eens?
Te weinig was het antwoord. Ik moet er voor naar het buitenland zei ze.
– Hoe zo?
– Nou, hier schrikken ze van me. Dan liggen ze met Adele Bloemendaal in bed. Dat is te groot, te heftig voor de meeste mannen. Ik ben te bekend, ik sleep teveel met me mee. In het buitenland kennen ze me niet, daar gaat het allemaal veel makkelijker.
Zal ik daar eens een conference over schrijven zei ik. Over je seksuele leven en dat je lekkere jonge mannen wil aanranden?
– Ja graag, zei ze. En dan wil ik graag dat verhaal van die captain van de Air France erin die ik in Cagnes sur mer…
wat is dat dan voor een verhaal…
Nou gewoon ik zat in een restaurant te eten aan de boulevard in Cagnes, alleen, en toen kwam er een ober me vertellen dat daar verderop een meneer zat die me een glas champagne wilde aanbieden.
Ik zag de man zitten, het was er een uit de A-klasse, een heerlijkheid, smullie! Ik werd er gretig van. Een glas? Mag het een flès champagne worden, zei ik en dat we die dan samen naar binnen bubbelen? Dus die man komt er bij zitten.
We hebben een heel gesprek over Proust en over Celine en over voortijdige zaadlozingen en hij laat wat oesters komen.
Zouden ze hier ook een theedoek hebben, vraag ik. – Hoezo – Nou dan kunnen we met de fles en de oesters naar het strand hier aan het water picniccen. – Geweldig idee! Hij bestelt nog een paar dozijn oesters, een nieuwe fles en een theedoek. Maar ik kan niet lopen hier, zei ik. Mijn voetjes zijn niet gemaakt op het hete asfalt van de boulevard en die akelige steentjes van het strand! Dus die man draagt mij de zaak uit. Ik zit dus op z’n nek met in één hand een fles champagne en in de andere een groot bord oesters in een theedoek.
Kijk de daad is leuk hoor Jacques, die staat me beslist niet tegen, maar de randvoorwaarden zijn heel belangrijk voor me.

14-03-2018

Ik moest vanmorgen denken aan Coen van Vrijberghe. Hij is al jaren dood, maar soms zie ik hem plotseling op tv als er weer een aflevering van Flodder wordt herhaald waarin hij Johnny Flodder speelde. For ever young.
Ik kende Coen van de kleinkunstakademie, we maakten daarna samen radioprogramma’s, waren bevriend geworden en hadden allebei een grote liefde voor Frank Zappa en voor mooi gemonteerde Amerikaanse comedyplaten. Ik had daar flink wat van in huis en vroeg me wel eens af of we daar geen Nederlandse versie van konden maken.
Toen Coen producer was geworden bij EMI waar hij de groep Drukwerk onder zijn hoede had, besloten we samen een comedyplaat te maken met Amerikaans materiaal. Ik vertaalde allerlei leuke scènes en liedjes en zocht artiesten aan die ze gratis wilden uitvoeren want het was een no-budget productie. Sterker nog, Coen had haar niet eens gemeld bij zijn bazen, we schoven twee jaar lang af en toe ongemerkt de studio in op uren die niet gebruikt werden door anderen. Dit begrijpen ze toch niet zei Coen.
Allerlei oud-leerlingen van de kleinkunstakademie verschenen voor de microfoon. Actrice Caroline van de Berg deed een typetje waar Lily Tomlin beroemd mee was geworden, Kees Prins en Arjan Ederveen brachten hun vage humor binnen en hun klasgenoot Jan Mesdag imiteerde een verouderde diskjockey. Maar er waren ook bekendere figuren die aanschoven. Youp van ’t Hek deed een boze man aan de telefoon, Joost Prinsen zong een schunnig lied op de muziek van de Bolero van Ravel, Adele Bloemendaal had een monoloog als rubberfreak en Peter Faber deed een mafgeslagen bokser. We hebben ons bij de opnames volslagen te pletter gelachen.
De plaat was prachtig vonden Coen en ik. EMI begreep hem niet, besloot er niets van af te weten en hem niet te promoten. Van onze Gigo Humo Show werden uiteindelijk zo’n 25 exemplaren verkocht. De plaat is een zeldzaamheid geworden.
Soms moet ik denken aan Coen van Vrijberghe, dat hebben meer mensen. Want anders zou zijn foto wel weggehaald zijn achter de bar van café De Smoeshaan waar hij graag kwam en zouden ze niet al veertien jaar het lied De Liefde van de Shooting Party draaien, een groep waaraan hij zijn ziel en zaligheid gaf.

 

19-10-2017

Ik moest vanmorgen denken aan de keuken van Adele Bloemendaal. Ze had voor haar tekstschrijvers Flip Broekman en ik zei de gek een fijne salade neergezet en een gezond fruitsapje. Ze vertelde over haar moeder die de slechtste kok was uit de wereldgeschiedenis. Die pakte een pak spinazie uit de diepvries, wierp dat in een pan met dunne bodem die ze op hoog vuur zette, gooide een pond gehakt op de spinazieklont, sloot de deksel en zei: Zo dat vindt elkaar wel!
Mijn telefoon ging af. Twee keer en daarna was hij weer stil. Een zaktelefoon was een nieuw verschijnsel en wekte nog her en der weerstand.
Hè Jacques, moet dat nou? zei Flip die veel van computers wist maar weinig van zaktelefoons moest hebben. Vind jij het ook zo erg Adele, die zaktelefoons die overal maar afgaan?
Neu, ik vind het een verrijking zei de diva terwijl ze een Siamese kat van tafel plukte. Als je vroeger een gesprek wilde afluisteren moest je je oor tegen het plafond houden of je probeerde via het balkon zo dicht mogelijk bij het raam van de buren te komen en dan kon je het gesprek nog maar voor de helft navertellen bij de kapper.
Ik vind het niks zei Flip. Tegenwoordig heeft iedere zak een zaktelefoon. onder dat je erom hoeft te vragen komen ze naast je zitten in de tram, op het terras, bij de slager en ze voeren de meest ongegeneerde gesprekken!
Dat is toch leuk schattie zei Adele. Als ik de stad in ga dan heb ik in een middag meer te horen gekregen dan vroeger in een heel jaar. Uiterst gevoelige informatie… Ze verlaagde haar stem en sprak samenzweerderig: Zo weet ik dat Valeska van de Montessori een enorme bitch is die Anita van het Vossius de hele tijd loopt te skwotten.
– Wat is skwotten? –
Wist je dat Bertje Boelens zich voorlopig beter niet in de Pull kan laten zien als hij geen ruzie wil krijgen met Karel Bax? -Nou jij weer Flipmans!-
De Siamees die wist dat ik niet van katten hield hing ondertussen aan mijn trui en probeerde omhoog te klimmen.
Het was wel even wennen met die telefoontjes in het begin, ging Adele verder. Als ik op een terras zat en naast me zat een Italiaan met z’n vaderland te bellen dan keek ik toch de volgende dag even in de krant of er niet ergens weer een rechter was opgeblazen. Maar na een tijdje dacht ik: als ik alles moet horen van ze dan is het ook niet gek dat ik me overal mee bemoei. Dus heeft iemand ruzie met z’n moeder waar ik bij zit dan ruk ik de telefoon uit z’n handen en zeg dan: oude vrouw, sterft! we hebben last van u!
Ik blijf ook meelopen met een bellend iemand, geef hem aanwijzingen, ik heb veel levenservaring.
Ik stond laatst bij de slager een gevulde kalfsborst te bestellen toen achter mij een marinier zijn vriendin begon uit te leggen wat hij allemaal voor ontuchtigs met haar ging doen als hij thuis kwam. Ik heb geloof ik een half jaar leverworst gegeten, want ik zei elke keer: meer! meer! ja, meer!
Zelf heb ik geen telefoon zei Adele. Ik heb geen tijd om te bellen. Zeg Klöters, cabaretpooier vamme. Urineer jij wel eens?
Hoe bedoel je?
Nou je komt hier nou al een paar jaar over de vloer en ik kan me niet herinneren dat je ooit hier naar het toilet bent gegaan.
Ik pakte de Siamees van mijn hoofd, stond op en liep naar de
badkamer.

20-07-2017

Ik moest vanmorgen denken aan Adele Bloemendaal. Flip Broekman en ik zaten aan de lunch aan haar keukentafel en hadden het over de toekomst. Adele was 64 jaar geworden en de ouderdom was ondertussen wel een thema .
“De ouderdom past mijn generatie niet”, zei ze. Zie jij Peter Koelewijn in een bejaardentehuis? Hé! ouwe! Kom van dat dak af! Zie jij Ramses Shaffy in een aanleunwoning? Hij loopt net als ik ook tegen zijn AOW aan en ziet er nog uit als zijn eigen vader. Dat vind ik bemoedigend!
De ouderdom is de ouderdom niet meer, zei ik. Je ziet wel mensen die elk jaar jonger worden.
Gatsie! riep Adele, dat is eng. Moeders die er jonger uitzien dan hun dochter. Vaders die kinderachtiger gekleed zijn dan hun kroost. Je denkt soms: wie zet nou wie in het kinderzitje. ‘n Beetje jeugdig uiterlijk is niet erg, kijk naar mij, maar hou het waardig. Overdrijf het niet.
Ze husselde de sla door elkaar en schepte op.
Ik zei dat ik iets tegen mensen heb die na hun vijftigste nog een rugzakje dragen. Of in het theater zitten in korte broek. Adele was het eens: Op vakantie a la, maar niet naar het theater. Laat ik het niet merken, ik laat ze extirperen!!
Je laat ze wat? Extirperen! Ja ik weet ook niet precies wat het is, maar het is zo’n fijn woord. Kunnen jullie dat niet ergens in een conference zetten, daar kan ik me de hele avond op verheugen!
Flip, die de jongste van ons was, mompelde dat je oud worden moet kunnen accepteren.
Ik vind het niet erg om 65 te worden, zei Adele, geen punt, als ik maar kan blijven bungy-jumpen. Amerikanen die bungee-jumpen, gillen er altijd bij. Hiiiiyaaaa!
Dat gillen Amerikanen altijd als ze springen, zei Flip, daarom waren er ook geen parachutisten in Vietnam. Als die ‘s nachts gedropt zouden zijn dan was heel Zuid-Azie wakker geschrokken. Hiiiijaaah!
Adele liet haar kenmerkende lach horen, stond op en ging de sapcentrifuge volstoppen met vers fruit van de Lindengracht.
Ik herinner me haar als iemand die de kranten spelde, vooral de wetenschapsbijlage van de NRC. Ze was op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.
Oud worden wordt steeds makkelijker met al die nieuwe technieken zei ze.
Nu al kunnen vrouwen tot hun zestigste zwanger worden. Binnenkort zullen negentigjarigen die een vijfling werpen geen uitzondering meer zijn. Wat technisch kan, gebeurt ook. Vrouwen die straks een kind nemen voor ze in de VUT zitten worden voor gek verklaard! Ik las in de Playboy dat ze een pil hebben bedacht waarmee bij de vrouw een orgasme kan worden opgewekt. Voorlopig alleen voor vrouwen met een dwarslaesie. – De bofkonten! – Maar als die pillen in omloop komen, dan wordt het leven helemaal een feest. Dan hoef je niet meer naar een man te hunkeren of op masturbatiecursus te gaan. Dan stop je zo’n pil in het eten en dan hoef je nooit meer bang te zijn dat het eten niet lekker is.
Adele zette een hoog stemmetje op: “En hoe smaakt het?”
en daarna een lage: “Ja wel lekker en hoe vindt jij het?”
de hoge weer: “Aaaaahhhoeoeoeoeh!!”
Ik verheug mij daarop!
Ze schonk in hoge glazen en uitermate gezond drankje in.
Ondertussen vertelde ze verder:
Ik las laatst in Arts en Auto dat dit het begin is van een ontwikkeling waarbij oud worden niets meer voorstelt. – het kan ook in een ander tijdschrift zijn geweest, maar het was in de wachtkamer van de dokter.
Plooien en rimpels gaan weg met wallenzalf. Daar kun je meteen de kleur van je huid mee veranderen als je dat wilt. Dat heeft Michael Jackson gedaan. Het heeft als bijwerking dat je niet van kinderen kunt afblijven. Maar ook dat houdt je jong!
Flip zei dat hij hoorde dat ze organen zouden gaan klonen.
Worden je ogen slecht?
Ruil ze in. Kloonogen!
Werk je in de horeca neem je twee nachtkijkers.
Oogtransplantaties kosten eerdaags niks meer.
Net als levertransplantaties.
Over een paar jaar krijg je een nieuwe lever kado bij aankoop van twee flessen wodka.
Tegen vetzucht komen er programmeerbare lintwormen. Het zijn een soort vet-etende thermostaten.
Stel je in op 60 kilo en ze houden pas op met eten als je op dat gewicht gekomen bent.
Opschrijven Flip, zei ze, en uitwerken. Sommige mensen zullen het griezelig vinden, maar ik ben op de toekomst voorbereid. Ik kijk er naar uit. Ik zal mij gaarne laten insemineren met het gerestaureerde zaad van een veenlijk. Dan baar ik op m’n tachtigste nog een holbewonertje. HiiiijaH!

23-05-2017

Ik moest vanmorgen denken aan de reis die ik eens met Adele Bloemendaal maakte naar het Letterkundig museum in Den Haag. Haar geliefde tekstdichter Willem Wilmink zou daar de Theo Thijssenprijs krijgen. Zeg Jacques de oude bard krijgt een prijs. Mooi toch? Zullen wij ons derwaarts spoeden en hem feliciteren? Is voor de winkel ook niet slecht. We moeten onze leveranciers bijstaan in voor en tegenspoed! Ik trek een beschaafde combinatie aan, niet te uitdagend maar wel zo dat men smul in mij krijgt. Of doen die intellectuelen daar niet aan?
Ik wist van Adele dat zij weliswaar zeer belezen was maar toch erg opkeek tegen gediplomeerden en zich meer op haar gemak voelde ’s morgens om vijf uur in cafe de Witte Ballon tussen hoeren en pooiers dan ‘smiddags om vijf uur in het Letterkundig Museum tussen conservatoren en hoogleraren.
Onderweg informeerde ze of Willem nu werkelijk een foutloos karakter had. Zou het dan toch waar zijn, vroeg ze zich af. Zouden er dan toch mensen bestaan die helemaal zuiver en goed waren? Zo’n Willem daar zit toch geen greintje kwaad bij? Ik kende hem beter en vertelde van zijn driftbuien, zijn onredelijkheid en olifantengeheugen voor wat hem ooit was aangedaan. Dat ik Willem Wilmink een beetje zwart maakte, stelde haar gerust. Ze hoefde haar visie op de mens niet bij te stellen.
Het was een prachtige middag met mooie speeches en een glimmende Wilmink. De mooiste speech was van Kees Fens. Toen hij, in een prachtig Engels pak gestoken, achter het spreekgestoelte ging staan, trok Adele me iets dichter tegen haar aan. Wat een heerlijkheid hè, zei ze spinnend.
Na afloop kreeg ze haast. We moeten hier weg, zei ze. Snel Willem en Wopke feliciteren en benen maken! Waarom, we kunnen toch even gezellig een glaasje blijven drinken… Neen! Ik zou geen woord uit kunnen brengen, zei Adèle.
We liepen door een gang op zoek naar de laureaat en daar zag ik Kees Fens staan praten met de tekenaar Waldemar Post. Wil je Kees Fens nog even complimenteren vroeg ik de gulbeboezemde vedette… Dat durf ik niet, siste ze, doorlopen!
Ik kende Waldemar Post, liep op hem af en stelde Adèle voor. Ik complimenteerde Kees Fens en zei: dit is Adele Bloemendaal. Maar dat weet ik toch antwoordde Kees Fens en keek Adele verwachtingsvol aan. Die bloosde. Meneer Fens, zei ze…. Ik eh…. Ik aanbid u! Daarna sleurde ze me mee en holde weg van de receptie.
Pas in de auto op de snelweg zei ze weer wat. Hij kende me, zei ze.

23-01-2017

Ik moest vanmorgen natuurlijk denken aan Adele Bloemendaal die zaterdag is overleden. Aan alles merk ik dat ze niet alleen populair was maar ook echt geliefd en dat is nog wel wat anders. Eigenlijk bestond Adele Bloemendaal al een tijd niet meer. Dat kleine bleke gedweeë vrouwtje dat niet meer kon praten en dat ik af en toe bezocht in het verzorgingscentrum De Flesseman, stond daar bekend als mevrouw Hameetman. Als Adele Hameetman was ze met haar leven begonnen op de Bloemgracht en als mevrouw Hameetman eindigde het op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Maar daar tussenin stond Adele Bloemendaal in het volle licht, in de rol van haar leven.
Het was een glansrol, voor een groot deel door haar zelf opgebouwd. Zij was zich weer bewust geworden van dat personage, ze wist precies hoe Adele Bloemendaal zich moest kleden, hoe ze moest spreken en wat ze moest zeggen. Ze kon een prachtig lied afwijzen omdat ze het niet vond kloppen met haar rol. Als een fotograaf haar uit een interessante hoek wilde fotograferen, trok ze een zakspiegeltje te voorschijn, controleerde de lichtval op haar gezicht en een eventuele onderkin. Omhoog die camera knul, zei ze dan, van boven fotograferen, dat is beter voor me. Moeder moet wel aan de winkel denken! Een ster die in control was. Maar thuis kon ze die rol afleggen en gewoon weer Hameetman worden. Een schuchter meisje eigenlijk, met weinig schoolopleiding, uit een eenvoudige hardwerkende familie. Ze hunkerde naar die andere wereld van mode, van kunst, van literatuur. Ze had wel amazone willen worden, wereldreizigster of balletdanseres maar werd een zingende actrice.
Af en toe kreeg ik Hameetman te zien. De literator Kees Fens hield in het letterkundig museum een toespraak tot Willem Wilmink. Ik stelde haar na afloop voor: meneer Fens dit is Adele Bloemendaal. Maar dat wéét ik toch zei hij verwachtingsvol. Ze bloosde en hakkelde: meneer Fens… ik eh… ik aanbid u! Daarna sleurde ze me mee en pas na een half uur in de auto zei ze tegen me: Hij kende me!
Hameetman hoefde niet zo nodig, die zat liever ongeschminkt in een kamerjas op de bank met een mooi boek, de poezen tegen haar aan gekropen. Maar ja dan moest ze weer naar buiten, Bloemendaal worden, die rol van ster spelen die met de jaren zwaarder voor haar werd.
Adele Bloemendaal is op het toneel gestorven toen ze haar eerste beroerte kreeg en niet verder kon. Maar mevrouw Hameetman heeft de slagen van het lot eigenlijk best dapper gedragen. Ze was niet opstandig meer, schikte zich, was blij met wat ze nog kon, met wie er nog kwam. Ik ben er niet vaak geweest, te weinig eigenlijk, we hadden ook te weinig in vriendschap geïnvesteerd, het was altijd over het werk gegaan. De laatste keer dat ik haar zag, bracht ik een gedichtenbundel mee, ze griste het uit m’n handen en begon gretig te lezen. Ik zag aan haar onverschillige of juist ontroerde gelaatstrekken dat ze heel goed begreep wat ze las.
Ze werd tot het laatst toe omringd met lieve trouwe en zorgzame vrienden die veel voor haar overhadden en haar regelmatig bezochten. Ik ga hun namen niet noemen, ze weten dat ze bedoeld worden en dat ik ze eerbiedig omdat ze tot het laatst toe konden opbrengen wat ik niet meer kon opbrengen: liefdevol de ruïne van een ster bezoeken, een oud grijs vogeltje dat nauwelijks hoorbaar tsjilpte. Ze lieten haar tot het laatst merken dat ze geliefd was.